
Krijgsgevangenen in kamp Kamaishi
Op 15 augustus herdenken we in Nederland de slachtoffers van de Japanse bezetting van voormalig Nederlands Oost-Indië. Op deze datum in 1945 is de onvoorwaardelijke overgave door Japan getekend.
Ook in Voorhout zijn er meerdere redenen om bij deze gedenkdag stil te staan. Zo zijn er enkele geboren Voorhouters slachtoffer van de Japanse kampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog komt een behoorlijk aantal personen met een Indische geschiedenis in Voorhout wonen. De Nederlandse Staatsliedenbuurt (1948) en het Kievitspark (1951) trekken gezinnen aan die al dan niet noodgedwongen Indië hebben moeten verlaten.
Tewerkgesteld
Joop van der Hoek (1910-1991) wordt bij de mobilisatie in 1939 als seiner-marconist opgeroepen bij de Koninklijke Marine. De lichte kruiser Hr. Ms. Sumatra ligt op het moment van de Duitse inval voor de wal in Vlissingen en wijkt uit naar Engeland. Daar krijgt het schip, met Joop als marconist, opdracht om Prinses Juliana met de prinsessen Beatrix en Irene naar Halifax in Nova Scotia, Canada te brengen. Later, na Atlantische konvooidiensten, komt het schip in Indië terecht. Joop wordt bij de Japanse inval in maart 1942 krijgsgevangen gemaakt. In een gevaarlijk zeetransport wordt hij met een groot aantal gevangenen naar Japan vervoert. Hier worden ze te werk gesteld in fabrieken. De V.S. bombarderen aan het einde van de oorlog de meeste Japanse fabrieken, maar Joop overleeft zijn verblijf in kamp Kamaishi op het eiland Honshoe. Na de capitulatie draagt de kampcommandant het bestuur over aan twee gevangen officieren, de hoogsten in rang.
Doorstaan
Een maand later worden alle gevangenen door Rode Kruisschepen opgehaald. Een lange reis naar Nederland volgt. Joop trouwt in 1948 in Amsterdam en het gezin verhuist in 1964 naar Voorhout. Hij werkt bij de Rijks Luchtvaart Dienst (RLD) en later bij Noordwijk Radio (NoRa). Joop heeft zijn kampjaren lichamelijk goed doorstaan. Hij overlijdt op 81-jarige leeftijd.
In een uitgebreid artikel zijn de oorlogsbelevenissen van Joop van der Hoek beschreven. Dit verhaal is opgenomen in de Dwars Op die deze maand wordt verspreid.
