Van oorlog naar begrip: een familieverhaal op 4 mei
4 mei-toespraak 2025

Arie Dwarswaard in de Dagkapel van de St. Bartholomeuskerk (Foto: Hubert Heuzen).
Geachte aanwezigen,
Vandaag start in Voorhout een tentoonstelling ter gelegenheid van tachtig jaar bevrijding. Ook verscheen vanwege dezelfde aanleiding er pas geleden een Dwars Op Special. Bij de tentoonstelling en de verhalen in de Dwars Op Special zijn allerlei invalshoeken te vinden. Zelf heb ik er twee gekozen: goed en fout en persoonlijke verhalen. Voor die twee invalshoeken hoef ik niet ver te zoeken: mijn eigen voorouders maakten keuzes die we nu als goed of fout benoemen en dat levert dit persoonlijk verhaal op.
Het verhaal komt elk jaar weer tevoorschijn op 4 mei, acht uur ’s avonds, als we twee minuten stil zijn. In die twee minuten denk ik in de eerste plaats aan een van de namen op ons oorlogsmonument: Cornelis (Kees) Colijn. Hij was getrouwd met Jo Dwarswaard, een zus van mijn grootvader Arie Dwarswaard. Ze woonden in Anna Paulowna, waar ook mijn grootvader Arie Dwarswaard woonde.
Kees Colijn koos er in de Tweede Wereldoorlog voor om in het verzet te gaan tegen de Duitse bezetter. Hij werd verraden, opgepakt, en naar Duitsland gebracht. Daar stierf hij in Kamp Flossenbürg op 4 oktober 1944. Tante Jo heeft nog jaren moeten wachten op bericht van het Rode Kruis over het lot van haar man.
Ook mijn grootvader Arie Dwarswaard verzette zich. In het al kinderrijke gezin was toch nog plaats voor een onderduiker en er werd illegaal een varken gehouden. Ook werd de verzetskrant Trouw gelezen.
In die twee minuten denk ik ook aan Bernard Moolenaar. Hij is mijn overgrootvader van moederszijde. Hij groeide op in Sassenheim en werd bloembollenkweker. In de jaren twintig van de vorige eeuw ging het goed met de bollen en verhuisde hij naar Anna Paulowna om daar zijn bedrijf voort te zetten. Maar vanaf 1929 raakte de economie wereldwijd in een crisis. Die ging niet aan de bollenwereld voorbij. Het kabinet-Colijn kondigde heftige crisismaatregelen af, die veel bollentelers raakten. De roep om een sterke leider klonk in Nederland, maar vooral in de land- en tuinbouw. Dat sprak hem aan en dus las hij vanaf 1932 Volk en Vaderland, de krant van de NSB. Lid werd hij pas net na het begin van de oorlog, omdat hij was opgepakt door de Duitsers vanwege het feit dat hij Volk en Vaderland las. Omdat hij zich zo onheus bejegend voelde, werd hij uit boosheid lid van de NSB. Kort was hij blokhoofd voor zijn zoon Piet, die ook NSB-lid was, maar naar Duitsland ging. Het paste hem niet. In september 1944 vluchtte hij naar Duitsland om in februari 1945 via het Groningse Jipsinghuizen weer in Nederland terug te keren. Na de bevrijding gaf hij zichzelf aan. In 1946 werd hij veroordeeld tot tien maanden verblijf in interneringskamp De Krententuin in Hoorn. Na thuiskomst werd hij nog een paar jaar door een gemeentelid beoordeeld op zijn gedrag. En dat elke drie maanden. In maart 1949 hield het op, omdat zijn gezondheid sterk achteruit was gegaan.
Net als mijn ouders, groeide ik op in Anna Paulowna en later Julianadorp. In 1984 verhuisden we naar Voorhout. Mijn moeder had nog enkele tantes wonen in Sassenheim. Toen ze er eentje tegenkwam, stelde ze zich voor en legde uit dat ze een kleindochter was van Bernard Moolenaar. Die tante reageerde, zestig jaar na de bevrijding, als volgt: ‘Oh, ben je er een van die NSB’-er!’ Mijn moeder wist niet wat haar overkwam. Zij, die dit verhaal wel kende, maar daar verder niet veel gevoelens bij had, werd in een keer geconfronteerd met een nog diep gewortelde antipathie tegen haar grootvader. Het heeft haar nooit meer losgelaten, tot op de dag van vandaag. De keuze van haar grootvader werd, zo leek het wel, haar zwaar aangerekend.
Omdat ze meer wilde weten, zijn we samen naar het Nationaal Archief gegaan in 2010. We kregen dossiers te zien, waarvan een hele bijzondere. Daarin zat namelijk een brief van mijn grootvader Arie Dwarswaard. Ik herkende het direct aan zijn handschrift. In deze brief hield hij een pleidooi om Bernard Moolenaar mild te behandelen. Hij, Arie Dwarswaard, die zijn zwager was kwijtgeraakt wegens zijn rol in het verzet, koos ervoor om op te komen voor Bernard Moolenaar, die in diezelfde oorlog NSB-lid was. Wonderlijk, want ze waren geen familie van elkaar. Wel waren ze beiden opgegroeid in Sassenheim, lid van de gereformeerde kerk en van Crescendo, mede door Bernard Moolenaar opgericht.
Ik was diep geroerd toen ik deze brief van mijn grootvader las. Hij hoefde dit niet te doen, maar hij deed het wel. Wat hij deed, was opstaan voor een broeder. Meer niet. Twee sterk uiteenlopende levens en de daarbij behorende keuzes kwamen samen in deze brief. Goed en kwaad, en een oproep om goed te doen.
Dit verhaal duurde langer dan de twee minuten stilte van 4 mei. Twee verhalen liepen in mijn gedachten door elkaar. Elk jaar weer gebeurt dat op 4 mei. Twee voorouders, drie keuzes. De een voor de Duitsers, de ander er tegen, en de keuze van de ander om de een te verdedigen.
Is dat alleen iets van Bernard Moolenaar en Arie Dwarswaard, alleen iets van de Tweede Wereldoorlog? Of kennen wij ook goed en kwaad? Hebben ook wij keuzes te maken?
Ik dank u wel voor uw aandacht.
Voorhout, 26 april en 4 mei 2025
Arie Dwarswaard
