Voorhout toen

Na meer dan 1017 jaar eind aan zelfstandigheid

Voorhouters teleurgesteld over fusie!
De Eerste Kamer heeft dinsdag 13 september 2005 met 39 stemmen voor en 34 tegen ingestemd met het wetsvoorstel om Voorhout met Sassenheim en Warmond op 1 januari 2006 samen te voegen tot de nieuwe gemeente Teylingen. In Voorhout overheerste de teleurstelling over het besluit van de Eerste Kamer. Een fusie was niet nodig, intensieve samenwerking met Sassenheim en Warmond was ook een goede oplossing geweest. Tot dinsdag 13 september zijn alle middelen ingezet om de senatoren te overtuigen van het Voorhoutse standpunt. De gemeentelijke organisatie verandert, maar de naam van de woonplaats verandert niet; Voorhout blijft Voorhout.

Historici zijn echt niet eensluidend over het jaartal 988. De één spreekt over 989, een ander over 1064 of zelfs 1083. Feit is wel dat Voorhout of Foranholte toen beschikte over een groot en weids bebost gebied. Het strekte zich uit van Lisse tot Rijnsburg/Oegstgeest en van Katwijk, Noordwijk tot Sassenheim. Qua oppervlakte kan Voorhout wedijveren met Leiden.

Vorenholte
Wanneer was er nu voor het eerst sprake van Voorhout? Volgens de evangelische aantekeningen van de Abdij van Egmond schonken Dirk II, één van de Hollandse graven, en zijn gemalin Hildegardt op 6 mei 988 de kerk van Voorhout aan de abdij. In 1064 zou in een open brief aan keizer Hendrik IV over een kerk en kapel in Voorhout gesproken worden. De uit turfsteen opgetrokken christelijke kapel werd toen de Heerlijkheid Foranholte aan het bisdom Utrecht geschonken. Twaalf jaar later werd de parochie “Vorenholte” bij de abdij beleend. Als dochterkerk behoorde toen ook Sassenheim onder Voorhout. In latere eeuwen zien we de rollen omgedraaid. In 1083 bevestigde graaf Dirk V in Flandria de scheidingsoorkonden van zijn voorvaderen.

Bruggen
Het beboste Voorhout kende in de vroege middeleeuwen diverse bekende adellijke geslachten. Aan het eind van de dertiende eeuw zag men in Voorhout de adellijke families: Nagel, Boekhorst en Van der Laan of Verlaan van de gelijknamige hofstede aan de Heerweg. Onder de Nagels trof men ruim twee eeuwen lang schouten, In de Ambachtsrekening van 1459 is voor het eerst sprake van ‘die breg voir Jan Naghels’, de Nagelbrug. De huidige Nagelbrug is niet de oorspronkelijke. Deze lag een honderd meter terug, ter hoogte van garage Schoonoord over de Dinsdagse Wetering. Dit was de waterwegverbinding tussen Noordwijk, Sassenheim en Warmond. In de volkstaal noemde men de oude in 1967 gesloopte Nagelbrug ook wel de Lage of Oude Schoolbrug. De Hoge of Nagelbrug is in 1657 voor ƒ 195,00 (euro 88,49), tegelijk met het graven van de Haarlemmertrekvaart, gebouwd. In die periode is de in 1971 gesloopte herberg en ‘regthuys’ De Bonte Koe gebouwd.

Teylingen
Aan het eind van de twaalfde eeuw woonde op het slot Teylingen het aanzienlijke geslacht Van Teylingen. Heer Willem overleed in maart 1244. Voor zover bekend liet hij vier kinderen na. Bijna veertig jaar later overleed Willems zoon Willem. Het slot Teylingen en de andere leengoederen vervielen aan de graaf van Holland en aangezien de overledene kinderloos was, was er geen opvolging. Floris V schonk daarop het huis Teylingen aan de weduwe van Heer Albrecht van Voorne. Een kleindochter van de graaf, de welbekende Jacoba van Beieren, vestigde zich in 1428 op Teylingen. Jacoba overleed acht jaar later. Zij was gehuwd met Frank van Borsselen.

Hofsteden
Naast Teylingen kende Voorhout in de 14e eeuw het slot Boekhorstburg of Boekenburg. Nadat Jan van der Boekhorst in 1400 overleed, ontving zijn zoon Jan Jan Florisz het slot met bijhorend land. Het oorspronkelijke Boekhorst is bij een laatste oplaaien van de Hoekse en Kabeljauwse twisten verwoest. Men bouwde een kleiner huis, waarvan het twijfelachtig is of de eigenaars er ooit in gewoond hebben. Daarnaast kende Voorhout enige grote hofsteden zoals De Hooghcamer en Oosthout. Het eerste is nu een rijksmonument en na een brand in erg vervallen staat.

Natuurlijk was de bewoning van Voorhout eeuwenlang schaars. De abdij van Egmond beschikte hier in 1339 over een aantal huizen. Rond de vijftiende eeuw telde men slechts 40 haardsteden en 160 communicanten. Maar 29 gezinnen betaalden belasting. De anderen waren arm of edel ‘die niet en geven’.

Bewoners
Aan het eind van de 18de eeuw telde Voorhout niet meer dan 331 inwoners. Zij waren voornamelijk katholiek. Na de beeldenstorm van 1566 kerkten zij in Sassenheim. Doordat er voor bestuursfuncties weinig Hervormden in Voorhout woonden, bleven deze functies veelal in katholieke handen. In 1795 kwam aan de vorm van bestuur met schout en schepenen een einde. De vier ambachtsbewaarders werden vervangen door zeven leden van de municipaliteit. Het ambacht en de Heerlijkheid Voorhout werden opgeheven en het Liberté, Egalité en Fraternité volgden. Voorhout werd een gemeente. Twaalf jaar later verdween de Franse overheersing, Voorhout werd opgeheven en tot 1818 bij Sassenheim gevoegd. Daarna kwam Voorhout weer op eigen benen. De gemeente telde 400 inwoners.

Groei
Er is in de laatste 100 jaar meer veranderd dan in de voorgaande eeuwen. De vooruitgang ging ook aan Voorhout niet voorbij. De bevolking groeide in 1880 langzaam naar ongeveer 1100 inwoners. Ook werd de bevolking in de 20ste eeuw mondiger. Waren het ooit de notabelen die beslisten wat goed was voor de burgerij, nu is er een scala van inspraakprocedures. Het verbeterde onderwijs droeg daaraan haar steentje bij. In de nieuwe eeuw zijn we middels het internet met de hele wereld verbonden en hebben we het nieuws bij wijze van spreken al op ons bordje liggen voordat het gebeurd is.
Het totale grondgebied van Voorhout veranderde in de loop der eeuwen nauwelijks. Omstreeks 1900 breidde men het bollenareaal van Voorhout uit naar ruim 170 hectare. Dit was bij 42 kwekers in gebruik. Hooggelegen duingronden werden daarvoor afgegraven. Het zou in de toekomst verder groeien naar maximaal 450 hectare, waarna de woningbouw die bollenteelt terugdrong en nog terugdringt.

Hageveld en BNS
Aan de andere zijde van de Leidsevaart lag het ‘tweede Voorhout’: het seminarie Hageveld. Haar invloed op Voorhout was gering. In 1905 breidde Hageveld met een vleugel bij de Nagelbrug uit. Het was in eerste instantie bedoeld als zusterhuis. Dat kwam er nooit. In 1917 herdachten de broeders het 100-jarig bestaan van Hageveld. Zes jaar later verhuisde het seminarie naar Heemstede. De nieuwe bewoners van Hageveld waren de broeders van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten. De algemeen overste, de zeereerwaarde heer C.M. Jonckbloedt, kocht namens het bestuur van de Congregatie alle gebouwen en landerijen, waaronder ook herberg De Bonte Koe. Ingrijpende verbouwingen volgden, en in oktober 1924 kon men de deuren van een school en internaat openen. Na het vertrek van de priesters diende het beeldbepalende pand tot het eind van de jaren zeventig als Bisschoppelijke Nijverheidsschool. Nieuwbouw voor de inmiddels omgedoopte KTS volgde, zodat het oude pand gesloopt kon worden.

Scholen
Met de groei van Voorhout kwam ook de noodzaak van goed onderwijs aan de orde. Daarom vond eind april 1906 de aanbesteding voor de bouw van de Agnesschool met zusterhuis in het stationskoffiehuis van Voorhout plaats. De in 1879 gebouwde openbare gemeenteschool werd op 1 april 1922 voor ongeveer ƒ 27.000 (euro 12.252) verkocht en als katholieke jongensschool in gebruik genomen. De patroon van de school werd Sint Anthonius. Met deze katholieke school kwam (voorlopig) een eind aan het openbaar onderwijs in Voorhout. Twee jaar later openden de Broeders de Sint Gerardus Vakschool Schoonoord met internaat. Het was bestemd voor jongens uit de middenstand. In 1926 ontving de school naar aanleiding van het 75-jarig bestaan van de Broedercongregatie (de huidige sint Aloysius Stichting) het predikaat Bisschoppelijke Nijverheidsschool. De broeders startten datzelfde jaar nog met een Juvenaat. In de laatste 25 jaar van de vorige eeuw hebben we de grote uitbreidingen en de daaropvolgende fusies kunnen zien.

Gezondheid
Zaken waar we vandaag de dag niet meer bij stilstaan, lagen 100 jaar geleden toch anders. Anno 1907 kende men nog geen biobak en het gescheiden ophalen van huisvuil was wereldvreemd. Het vuil werd meestal op een hoop achter de huizen gegooid. Vanaf oktober 1907 haalde de gemeente in de kom van het dorp elke woensdag en zaterdag het vuil en as op. Deze maatregel moest bijdragen tot een betere volksgezondheid. Het vuil moest wel in stenen of metalen potten gereed staan. De Leidse gemeenteraad besloot in 1910 over te gaan tot de levering van elektriciteit aan Voorhout. Begin januari 1911 vond op het Seminarie een gasontploffing met dodelijk afloop plaats. Door de overschakeling van gasverlichting op elektra raakte de oude gasfabriek buiten gebruik. Deze werd verkocht aan een Leidse opkoper. Bij sloopwerkzaamheden bleek er nog gas in de installatie aanwezig te zijn. Een vonk deed zijn verwoestende werk. De gashouder werd opgetild en de afsluitdeksel kwam 60 meter verder terecht. Volgens de Leidse Lichtfabrieken waren medio 1924 honderd Voorhoutse percelen op de gasvoorziening aangesloten.

Woningen
Door de langzame groei van Voorhout, er waren in die periode 1900 – 1915 gemiddeld 11 huwelijken per jaar, was het niet noodzakelijk volop te bouwen. Van een Vinexlocatie had men nog nooit gehoord. In 1914 bouwde Piet van der Geer vijftien woningen aan de Teylingerlaan, J.Th. van der Prijdt een achttal aan de Zandslootweg en J. Zuilhoff zes aan de ‘Boekhorstweg’. Toch drong de vraag naar goedkopere woningen zich omstreeks de twintiger jaren zich op. Dat leidde tot de oprichting van de bouwvereniging Herman Boerhaave in 1923. Zij bouwde natuurlijk als eerste in de Boerhaavestraat. Na de oorlog hief deze bouwvereniging zich op. Grotere bouwactiviteiten zouden in het laatste kwart van de vorige eeuw plaatsvinden.

Wettelijk gezag
Voorhout kende nog niet eens zo lang geleden een heuse ouderwetse diender. Veldwachter Willem David Theodorus van Werkhoven. Jarenlang was Van Werkhoven ook bode van de Hogewerfpolder. In 1920 volgde de gezaghebbende en gezagsgetrouwe A. Eggen hem op. Direct na zijn aanstelling zorgde Eggen voor een politiehond. Medio 1921 nam hij bij een diefstal van gewone bruine dekkleden uit een schuit uit de Zandsloot de proef met zijn hond. Er volgde een tocht door het land, die eindigde bij een sloot waar nog sporen te zien waren. Bij een groentehandelaar in Leiden zijn uiteindelijk de kleden in beslag genomen. Naast de politie kende de gemeente Voorhout ook een Burgerwacht. Burgemeester Griethuizen riep hiervoor in 1918 vrijwilligers op.

Bollen
Het Voorhouts bollenareaal bedroeg in 1930 ongeveer 490 ha. In 1935 telde het dorp 3475 ingezetenen. In de tweede kwart van de vorige eeuw zijn er ook diverse historische monumenten met de grond gelijk gemaakt. In 1936 de uit 1874 stammende Molen Zelden van Pas aan de Leidsevaart. In 1937 de wipwatermolen in de Luizenmarktpolder. De watermolen van de Boekhorstpolder, ook aan de Leidsevaart, was de derde molen die viel. Zij was in 1938 het slachtoffer van Voorhouts sloopdrift.

Crisis
Door een zichtbare economische inzinking stond Voorhout in 1921 economisch zwak. Voorhout telde in die periode (1924) 23 werklozen. Dat aantal steeg nog vanwege de aanhoudende vorst. Begin jaren dertig was de crisis een feit. Bij de agent van de Arbeidsbemiddeling stonden in 1933 69 werkzoekenden ingeschreven. Het Parochiehuis werd een verpozinglokaal voor de werkzoekenden.

Uitbreiding I
In de jaren vijftig ontkwam Voorhout niet aan de verstedelijking. Wegen werden verbreed, straatverlichting sterk uitgebreid en wijken aan het dorp toegevoegd. Ook het aantal scholen en het winkelbestand groeiden mee. Desalniettemin behield het lang haar kleinschalige en dorpse karakter. Voorhout veranderde van een kleine hechte dorpsgemeenschap in een dorp waar ruimte kwam voor woningbouw voor woningzoekenden uit de regio. Voordat het zover was startte men medio jaren 50 met de bouw van het Kievitspark. Vanaf 1960 werd een deel van de polder Boekhorst bouwrijp gemaakt. De Oranjewijk kwam van de grond en in 1971 keurde de gemeenteraad de bestemmingsplannen Spoorlaan 1 en 2 goed. De gedachte aan bouw voor de eigen bevolking hield echter nog wel stand. Omstreeks 1976 kwam een verandering in dit denken. Tegelijkertijd kreeg Voorhout een nieuwe burgemeester, die gekscherend bouwpastoor werd genoemd. Het bouwen voor de eigen opvang wijzigde in de bouw van een grote woonwijk: Oosthout. In een historische vergadering van de gemeenteraad werd in 1982 het bestemmingsplan Oosthout in zijn totaliteit goedgekeurd. 1600 Woningen moesten er op de historische grond van de uit 1665 stammende polder komen. Al op 19 december 1983 overhandigde burgemeester M.Th. van de Wouw de eerste sleutel. Twee jaar later schreef Voorhout de 8000ste inwoner in. In vergelijking met Oosthout was de uitbreiding van Spoorplan 1 en 2 een peulenschil.

Uitbreiding II
Na Oosthout volgde Hoogh Teijlingen en de bouw achter het station. Er werden meer dan 2500 woningen gebouwd. De grootschalige uitbreiding maakte het ook noodzakelijk dat het winkelbestand uitbreidde en het voorzieningenniveau steeg. Zaken waarvoor men soms in Voorhout een lange adem diende te hebben. Denk bijvoorbeeld aan de bibliotheek, het station, de randweg of een rotonde. In 1994 ging de provincie akkoord met de bouw van het stationsgebied. De bouw van woningen vormt voor de ruim 100-jarige KAVB een structurele bedreiging voor Voorhout.

Station
Wanneer het station ter sprake komt, dan weten de meeste Voorhouters hoe lang de realisatie daarvan op zich heeft laten wachten. Al in 1971 was er sprake van de bouw van een station. Het duurde 26 jaar. Voorhout kreeg eerst een bibliobus en na 35 jaar praten volgde in 1995 eindelijk de opening van een eigen bibliotheek. Dat het soms heet aan toe kan gaan, weet iedereen die ’s zomers wel eens de bibliotheek bezoekt. Een oplossing voor de temperatuursbeheersing kostte goud. Maar het gebouw is mooi.

Politiek
In het Voorhout van weleer was de politieke verdeling duidelijk. Je stemde of KVP of CHU. Meer smaken waren er niet. Of het moest de aan de weg timmerende SDAP zijn. In de keuze is veel veranderd. De partijen op geloofsgronden voegden zich samen tot het CDA, de SDAP werd PvdA. We zagen daarnaast de opkomst van de VVD, Gemeentebelangen, D66 en recentelijk nog Voorhouts Belang, die na een hete zomer haar eerste wethouder leverde en momenteel de grootste partij is.

Voorhout zal altijd Voorhout blijven, daar verandert geen enkele fusie aan. De inwoners hebben niet voor niets de naam Dwarsdrijvers en daar zijn ze nog trots op ook. Terecht.

Tot slot een citaat van de Nederlandse dichter en geleerde Willem Bilderdijk:
In ’t verleden ligt het heden. In het nu, wat worden zal.