Heilige Kindsheidoptocht

Optocht van de Heilige Kindsheid ter hoogte van de St. Bartholomeuskerk. Het Parochiehuis is in aanbouw. 

Zondagmiddag 26 september 1931 is voor de eerste maal in Voorhout een optocht gehouden vanwege de H. Kindsheid, welke optocht georganiseerd is door de Eerwaarde Zusters Franciscanessen.
De tocht begon bij de Zusterschool ging naar het Engelse Bos en terug, vervolgens langs Herenstraat (Hoofdstraat), Boerhaavestraat, enz. en werd voorafgegaan door de R.K. Muziekvereniging St. Cecilia. De Leidsche Courant schrijft hierover op 30 september:
Dank zij het gunstige weer waren voor deze optocht zeer veel ouders en belangstellenden opgekomen, om de keurige en fleurige stoet in oogenschouw te nemen. Men kan het ondernomene geheel en al als goed geslaagd beschouwen, terwijl de Missiën er zeer zeker niet slecht bij gevaren zijn, aangezien de zwartjes hun best deden, wie het eerst zijn missiebus vol zou hebben. Ongetwijfeld zullen de eerw. Zusters voldoening van hun arbeid hebben, alsmede de ijverige dames-naaisters, die belangloos hun krachten hebben ingespannen om de kleeding te maken en klaar te krijgen op tijd.

Dit was niet de laatste Kindsheidoptocht in Voorhout. Ook in 1954 is, volgens Fia Warmerdam, een dergelijke optocht in Voorhout georganiseerd. De kranten maken hier geen melding van. In het archief van de Bartholomeuskerk zijn geen stukken met betrekking tot de optochten te vinden.

Oorsprong
De H. Kindsheid was een missiegenootschap (naast dat van De voortplanting van het geloof en van het St. Petrusliefdewerk) dat in 1843 in Parijs werd opgericht om ‘heidenkinderen’ te redden. Deze organisatie moest bij katholieke kinderen (tot en met 12 jaar) een missiebewustzijn vormen en hen aanzetten tot gebed en het geven van offers voor hulp. Zij werden hierbij gestimuleerd door schrikwekkende verhalen van missionarissen over hun lotgevallen in China, en later ook in Afrika. Reeds vanaf 1843 raakte het genootschap in Nederland verbreid. Zo werd in 1848 de H. Kindsheid vanuit de seminaries Warmond en Voorhout gestimuleerd in de parochies in het bisdom Haarlem. In 1849 ontstonden de eerste parochiële afdelingen en in 1850 beschikte men reeds over een eigen tijdschrift. Binnen enkele jaren telde de H. Kindsheid tienduizenden leden, waarvan bijvoorbeeld alleen al meer dan drieduizend in een stad als ’s-Hertogenbosch. Diocesaangewijs werden statuten voor de afdelingen opgesteld.

Mis
De H. Kindsheid kende verschillende parallellen met religieuze broederschappen en werkte eveneens met zelatrices of beschermvrouwen. Een zelactric was meestal een vrouw die zich vrijwillig inzette voor kerkelijke doelen. De leden woonden per jaar een- of tweemaal een verplichte Kindsheidmis bij, voorzien van een preek van een missionaris en een kinderzegen, en trokken daarna stoetsgewijs in een omgang door de kerk. Aparte liederbundels werden voor deze vieringen samengesteld.

Optochten
Tegen het einde van de 19e eeuw werd het ritueel meer en meer naar buiten gericht en kwamen er openbare optochten op straat. Dit gebeurde om twee redenen, enerzijds om de bekendheid van het genootschap op zich te vergroten en anderzijds vanuit de behoefte om meer kinderen erbij te betrekken. Door de openheid werd de optocht tegelijk een aantrekkelijk kijkspel voor omstanders, een groepsgebeuren, waarbij ouders en verdere familie kwamen kijken, met als secundair doel het aantrekken van kinderen die nog geen lid waren. De onderlinge verbondenheid moest vooral worden onderstreept door een eigen omgang, waarvoor ‘optocht’ de gebruikelijk benaming was. In de stoet kreeg een brede uitbeelding van de doelstellingen van de H. Kindsheid gestalte: de deelnemende kinderen waren zelf verkleed als te bekeren Chineesjes, Afrikaantjes, eskimo’s en indianen, maar ook werd de kindsheid van Christus uitgebeeld en bevatte de stoet taferelen van bijbelse verhalen. De H. Kindsheid betekende een vroege gestructureerde betrokkenheid van kin deren binnen de katholieke gemeenschap. Ze moest verbondenheid aanbrengen en verplichtingen kweken via het lidmaatschap. Met zijn spelelementen werkte een optocht of omgang voor kinderen ook stimulerend en structurerend. In voorkomen leek de optocht sterk op een gewone processie, een stoet die eveneens vanuit een kerk vertrok en daarin bij terugkeer weer werd ontbonden. De Kindsheidoptocht was in uitvoering echter voornamelijk historisch georiënteerd. Het was een kinderprocessie zonder de formele rituelen en sacrale bekrachtigingen.

Kinderwereld
Net zoals het ‘misje spelen’ vormde de H. Kindsheid een afspiegeling van de formele kerk in de kinderwereld. Kinderen konden zich al vast inleven en gewennen aan de werkelijke rituelen die zich in het volwassen leven voor zouden doen. In de meeste optochten werden kinderen als bruidjes gegroepeerd rond een ‘Kindsheidpaus’. Toen de optocht eenmaal ook buiten de kerk, door steden en dorpen, ging trekken, breidde deze zich sterk uit met herauten te paard die – in plaats van het processiekruis – in de optocht vooraan liepen, en verder pages, vlaggen, bruidjes, harmonieën, bazuinblazers of andere muzikanten en praalwagens (bijvoorbeeld met paus en kardinalen). Deelnemers droegen ook vlaggen, maar weer geen kerkelijke vaandels, bruidjes droegen de symbolen van geloof, hoop en liefde en andere kinderen beeldden heiligen uit. Men trok weliswaar rond in kerkelijk geïnspireerde kinderkledij, maar van formele ambtsgewaden was geen sprake. De stoet werd evenmin door een priester begeleid. Dat laatste had anders wel degelijk tot problemen met de wet op de kerkgenootschappen (1853) geleid. De enige ouderen in de optocht waren missionarissen en de zelatricen van het genootschap, die de optocht coördineerden.

De populariteit van de Kindsheid groeide met name in Nederland bijzonder snel. In de meeste parochies werd uiteindelijk wel een afdeling opgericht. Het vijftigjarig jubileum van het in 1850 opgerichte genootschap van de Goirkekerk te Tilburg bracht in 1900 een stoet met 1500 kinderleden op straat, gadegeslagen door duizenden toeschouwers.

Bron
Peter Jan Margry, Teedere Quaesties: religieuze rituelen in conflict. Confrontaties tussen katholieken en protestanten rond de processiecultuur in 19e-eeuws Nederland. Hilversum 2000