Jacobatocht 2015 Delft

Zaterdag 19 september organiseert de HKV de jaarlijkse Jacobatocht. Dit jaar leidt de Jacobatocht de deelnemers naar het historisch Delft.
Het programma is als volgt: koffie met gebak, stadswandeling onder leiding van gidsen, lunch, bezoek aan monumentale gebouwen en een vrij te besteden deel. Afgesloten wordt met een diner. Vertrek: circa 09.00 uur. Terugkomst: circa 21.45 uur. Er hebben zich inmiddels 75 deelnemers aangemeld. Omdat een extra grote bus is gereserveerd, zijn er nog een paar plaatsen beschikbaar. De kosten bedragen 65 euro p.p. Aanmelden kan nog bij Frans van der Geer of Henk Vink.

Zoenverdrag Jacoba en Filips
De Zoen van Delft of het Zoenverdrag van Delft maakte op 3 juli 1428 een voorlopig einde aan de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De Zoen van Delft (zoen betekent hier verzoening) was een vredesverdrag tussen Jacoba van Beieren, gesteund door de Hoeken, en hertog Filips van Bourgondië met zijn Kabeljauwse aanhang. In de vredesovereenkomst werd bepaald dat Jacoba van Beieren zich gravin van Holland mocht blijven noemen, maar dat Filips van Bourgondië als ruwaard de feitelijke macht kreeg in Holland, Zeeland en Henegouwen. Ook werd Filips benoemd tot erfgenaam en opvolger van Jacoba van Beieren en werd bepaald dat Jacoba niet in het huwelijk mocht treden zonder toestemming van Filips, wat feitelijk neerkwam op een verbod om te trouwen. Jacoba van Beieren huwde overigens enkele jaren later toch, namelijk met Frank van Borsele, een hoge Zeeuwse edelman. Verder werden de wederzijdse scheldnamen Houck en Cabeljau voortaan verboden. Ook werd de Raad van Holland, later steeds vaker Hof van Holland genoemd, in het leven geroepen. Deze Raad van Holland behandelde zware misdrijven en bestond uit negen raadsheren. Voorzitter was de stadhouder, de plaatsvervanger van de Landsheer. Ook worden als bestuursorgaan voor het eerst de Staten van Holland genoemd, een advieslichaam gevormd uit de Ridderschap en de stemhebbende steden.

Delft heeft een historische binnenstad, ontwikkelde zich in de 19e eeuw tot industriestad en profileert zich tegenwoordig, met de aanwezigheid van een Technische Universiteit en de onderzoeksinstituten TNO en Deltares, vooral als Delft Kennisstad met als slogan Creating History. Binnen de geschiedenis van Nederland is Delft vooral bekend doordat Willem van Oranje er vanaf 1572 heeft geresideerd en er in 1584 werd vermoord. De Oranjes worden sindsdien traditioneel in Delft bijgezet. De bijnaam van Delft is de Prinsenstad. De patroonheilige van de stad is Hippolytus van Rome.

Graaf Willem II verleende Delft op 15 april 1246 stadsrecht. Handel en nijverheid kwamen er tot grote bloei. In 1389 werd de Delfshavensche Schie naar de Maas gegraven, aan welks monding de zeehaven Delfshaven werd gebouwd. Delft was tot de 17e eeuw een van de grote steden van het graafschap (later provincie) Holland. In 1400 had de stad bijvoorbeeld 6.500 inwoners en was zo de derde stad in grootte. In 1560 was Amsterdam met 28.000 inwoners uitgegroeid tot de grootste stad, gevolgd door Delft, Leiden en Haarlem, die elk ongeveer 14.000 inwoners hadden. In 1536 werd een groot deel van Delft in de as gelegd door de grote stadsbrand van Delft. Prins Willem van Oranje resideerde korte tijd in Delft, in het voormalige Sint-Agathaklooster, dat sindsdien Prinsenhof wordt genoemd. Hij werd er op 10 juli 1584 vermoord door Balthasar Gerards. Op het gebied van de drukkunst nam de stad een vooraanstaande plaats in. Ook de tapijtindustrie kwam tot grote bloei. In de 17e eeuw beleefde Delft door de aanwezigheid van een Kamer van de VOC en door de fabricage van (Delfts blauw) een nieuwe bloeitijd. In 1654 werd een groot deel van de stad verwoest door de Delftse donderslag – de ontploffing van een opslagplaats voor buskruit op de plaats waar zich sindsdien de Paardenmarkt bevindt. Op de ‘afstand van een kanonskogel’ werd een nieuw Kruithuis gebouwd.

Vanaf het Nederlandse rampjaar 1672 ging de Delftse economie achteruit. In Delft bestonden rond 1670 een dertigtal fabrieken, die gedurende korter of langere tijd het plateelbakkersbedrijf hebben uitgeoefend. In 1794 waren er nog tien actief. In de 19e eeuw was er nog maar één plateelbakkerij over: De Porceleyne Fles; dit bedrijf kon als enige blijven bestaan omdat het naast aardewerk ook bakstenen ging produceren. In 1850 telde de toenmalige gemeente Delft, met een oppervlakte van 5,3 km², 18.642 inwoners. Met de slechting van de stadsmuren in de 19e eeuw en de komst van de trein in 1847 werd Delft weer een aantrekkelijke plek voor nieuwe industrieën zoals de Gist- en Spiritusfabriek, Calvé en Delft Instruments. De oprichting van de Koninklijke Academie (tegenwoordig: Technische Universiteit Delft) in 1842 en het onderzoeksinstituut TNO in 1932, zorgden ervoor dat Delft ook een centrum van techniek en wetenschap werd. (Bron: Wikipedia)