Graftombe Jacoba van Beieren op perkament

Een grote, kleurrijke afbeelding op perkament uit ongeveer 1580. Het gaat om de middeleeuwse graftombe van gravin Jacoba van Beieren (1401-1436) en haar grootouders.  De inmiddels verdwenen tombe stond in de grafelijke kapel op het Haagse Binnenhof. Deze unieke schildering uit de collectie van Erfgoed Leiden en Omstreken laat zien hoe rijk de tombe was uitgevoerd.

Jacoba van Beieren, gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen, werd in 1436 onder de tombe bijgezet. Haar grootvader, graaf Albrecht I van Beieren (1336-1404), had het grafmonument vijftig jaar eerder laten oprichten na het overlijden van zijn echtgenote, Margaretha van Brieg. Zelf werd hij er ook begraven.

De graftombe van Margaretha van Brig, Albrecht van Beieren en Jacoba van Beieren, schildering op perkament uit ca. 1580. Collectie Erfgoed Leiden en Omstreken.

Heiligen
Albrecht liet de tombe maken door de beeldhouwer Jan I Keldermans (1345-1425), stamvader van een beroemd geworden Mechels geslacht van beeldhouwers en architecten. Jan van Munnicken voerde de beschilderingen uit op de gotisch vormgegeven tombe. We zien Maria te midden van de heiligen Margaretha van Antiochië en Catharina van Alexandrië en hun attributen. De tombe bevatte oorspronkelijk een liggend beeld van Margaretha, een zogenaamde ‘gisant’. Toen rond 1580 de tekening werd gemaakt, was deze al verdwenen, evenals de twaalf beeldjes in de nisjes daarboven.

Familiewapens
Margaretha kwam uit Brieg, het huidige Brzeg, in Polen en stamde uit een Pools koningsgeslacht. Bovenaan de tombe zijn daarom, van links naar rechts, de wapens van Moravië, Polen, Bohemen en Silezië geschilderd. In het midden van de tombe, over de schildering van Maria met heiligen, staan nog drie familiewapens afgebeeld. Links het schild van Albrecht met de blauw-witte Beierse ruiten en Henegouwse leeuwen. Rechts hetzelfde wapen, maar dan in de vrouwelijke ruitvorm, van Jacoba. In het midden de ruit van Margaretha met haar eigen wapen, de Silezische adelaar, naar gebruik gedeeld met het wapen van haar echtgenoot Albrecht.

Huwelijk
Ook Jacoba was bij haar overlijden gehuwd, met de Zeeuwse edelman Frank van Borssele. Maar háár wapen is niet gedeeld met dat van haar man. Toen Jacoba (bij ‘de Zoen van Delft’) in 1428 al haar macht moest overdragen aan Philips van Bourgondië, liet Philips haar beloven niet zonder zijn toestemming te hertrouwen. Frank van Borssele werd aangesteld om hierop toezicht te houden. Toen hij in 1432 zélf met haar huwde, was Philips zeer ontstemd en belandde Frank zelfs korte tijd in het gevang. Uiteindelijk werd hij weer in genade aangenomen. Jacoba overleed op 35-jarige leeftijd aan tuberculose, in slot Teylingen te Voorhout. Jacoba’s wens om te worden begraven bij Franks familie in Sint-Maartensdijk (Zeeland) werd niet ingewilligd. Door onze tekening weten we nu ook dat zelfs op haar graftombe elke verwijzing naar haar huwelijk ontbrak.

Witkalk
In 1580 ging de kapel over in protestantse handen. De beschildering van de tombe zal in de jaren daarna onder de witkalk zijn verdwenen. In 1644 brandde de kapel uit en werd de tombe zwaar beschadigd. In 1688 verdwenen de laatste resten toen de hele noordmuur, inclusief de tombe, werd gesloopt voor een vergroting van de kapel. De eigenlijke graven lagen onder de grond en bleven gespaard.

Th. Koning naar A. Frek, Openen van de graven in de hofkapel in 1770. Prent uit 1770. Collectie Rijksmuseum Amsterdam

Het haar van Jacoba
Tijdens werkzaamheden in 1770 werden de graven onder de vloer opengelegd en bleken er meerdere kisten met deels gemummificeerde lichamen te staan. Op een prent van die opgraving zijn er enkele te zien en ook hoe een graver een haarstuk omhoog houdt. Van dat haarstukje is toen een tekening gemaakt met het bijschrift “Hooft-haar Schedel van Vrouwe Jacoba van Beijeren”. Zeker is dit echter niet omdat er in de loop der eeuwen ook anderen begraven waren en geen van de gevonden lichamen met zekerheid geïdentificeerd konden worden. Dat lukte evenmin toen bij de afbraak van de kapel in 1879 de graven opnieuw werden geopend en de kisten en mummies zelfs werden gefotografeerd. Nu, aan de vooravond van de grote renovatie van het Binnenhof zijn er stemmen om de graven, die onder de werkvertrekken van de Eerste Kamer moeten liggen, opnieuw te openen.

Museumnacht
Medewerkers van Erfgoed Leiden stuitten op het perkament met de afbeelding van de tombe tijdens een zoektocht naar materiaal voor de Museumnacht 2019. Het behoorde tot een groep van vier afbeeldingen die in 1901 door stadsarchivaris Charles Dozy aan het archief werd nagelaten. Alle vier werden in 1907 beschreven als voorstellingen uit de kerk van Koudekerk aan den Rijn. Met deze vondst zijn twee afbeeldingen geïdentificeerd als objecten uit de Haagse hofkapel, waaronder de tombe van Jacoba van Beieren.

Bron: Sigrun Brouwer, Erfgoed Leiden en Omstreken.

 

 

Foto van de geopende grafkelders, kort voor de sloop van de kapel van de graven van Holland in 1879. Rijksdienst Cultureel Erfgoed ’s-Gravenhage, objectnummer 58.875. Op de foto staat geschreven: “Lijkkist van Margareta van Brigen (…)”; het betreft hier Margaretha van Brieg (1336-1386), de oma van Jacoba van Beieren.

Om verder te lezen:
Bernard M. Vermet, ‘Het Haagse grafmonument voor Margaretha van Brieg’, in: Matthijs Ilsink, Bram de Klerck, Annemarieke Willemsen (red.), Het einde van de middeleeuwen (Feest- bundel bij het afscheid van prof. Jos Koldeweij, Nijmegen 2019), pp. 275-279, 344.
Bernard M. Vermet, ‘Twee aftekeningen van grafmonumenten in de Hofkapel’, in: Jaarboek Die Haghe 120 (2019), pp. 12-27.