Fritz Hirschfeld slachtoffer van de Holocaust

Opdat Wij Nooit Vergeten

Op zondagavond 26 januari is in Voorhout het tijdelijke Holocaust monument onthuld. Met het monument dat tegelijk in 170 gemeenten geplaatst is, worden de 104.000 slachtoffers, Joden, Roma, Sinti en andersdenkenden, van het nationaal socialisme herdacht. Na de onthulling op het Raadhuisplein gaf in het Bestuurscentrum Theaterschool Teylingen een korte indrukwekkende voorstelling van het toneelstuk ‘De jongen in de gestreepte pyjama’. Parallel gaf Kees den Elzen (HKV) een presentatie over het leven van Dr. Fritz Hirschfeld, een Holocaust slachtoffer die ten tijde van de Duitse inval in Voorhout woonde. De avond werd druk bezocht. Burgemeester Carla Breuer sprak over de slachtoffers en de 97-jarige Selma van der Perre: “…. Net als dat gat van binnen, door het verlies van mijn ouders en mijn zusje. Dat gaat nooit meer weg…” De bittere waarheid was dat zij en haar twee broers de oorlog hadden overleefd, maar haar ouders en haar zusje Clara niet.

Verplicht werkeloos
Fritz Israel Hirschfeld is op 22 oktober 1886 in Berlijn geboren. Hij dient zijn vaderland eervol in de Eerste Wereldoorlog en wordt onderscheiden met het IJzeren Kruis 1e klasse en het gewonden insigne. Fritz studeert rechten en na WWI wordt hij jurist in Berlijn. Hij is voorzitter van de rechtbank in Potsdam als in 1933 de nationaal socialisten de zogenaamde beroepswetten uitvaardigen. Die bepalen dat Joden geen functie in de rechtspraak meer mogen vervullen. Een uitzondering wordt gemaakt voor personen die in WWI aan het front gevochten hebben. Fritz blijft dus in functie. Echter in september 1935 volgen de rassenwetten en alle Joodse rechters verliezen nu hun baan. Per 1 januari 1936 is hij verplicht werkloos. Tijdens de Kristalnacht van november 1938 wordt Fritz gevangen genomen en hij verblijft twee weken in de politiegevangenis van Potsdam. Daarna koopt hij zich vrij door betaling van 38.000 Reichsmark (ca. €155.000) als boetedoening voor ’de vijandige houding van het Jodendom tegenover het Duitse volk’.

Dorothy Scot
Fritz huwt 1 maart 1919 in Berlijn met de 26-jarige Margarethe Schulz. Fritz verkoopt de woning in Berlijn waarin hij met vrouw en dochter woont aan een vriendin. Het echtpaar stuurt hun enige dochter, Aenne Dorothée (1924) met de ‘Kindertransporte’ naar Groot Brittannië. Aenne verblijft in Noord-Ierland en is na de Duitse capitulatie tolk voor het Amerikaanse leger. Ze trouwt en noemt zich Dorothy Scott. Haar kinderen en kleinkinderen, de achterkleinkinderen van Fritz Hirschfeld wonen nu in Californië.

Naar de Agnes
In februari 1939 dwingen de nazi’s Fritz om het land te verlaten. Hij betaalt nog eens 35.000 Mark als Reichsfluchtsteuer en vertrekt naar Nederland. Zijn vrouw, die niet Joods is, is ernstig ziek en blijft achter. Via Amsterdam komt Fritz in Sluis terecht. Hier zijn tehuizen zowel voor R.K. als voor P.C. vluchtelingen. Fritz wil vanuit Nederland naar Brazilië emigreren. Hij mist die kans helaas omdat Brazilië alleen een visum verstrekt aan personen die jonger dan 40 jaar zijn. Fritz gaat terug naar Amsterdam en via het Katholiek Comité voor Vluchtelingen (later Mensen in Nood genoemd) wordt hij begin 1940 naar huize St. Agnes in Voorhout gestuurd. Hier bewoont hij een zolderkamertje. Hij wordt, zoals het hoort, ingeschreven als rechter in de Burgerlijke Stand van Voorhout. Tijdens de Duitse inval van 10 mei 1940 is hij een van de twee Joodse vluchtelingen die in de St. Agnes wonen. Hij komt hier in contact met Paula Teulings, onderwijzeres op de lagere meisjesschool. Maart 1941 gaan beide Joodse inwoners van St. Agnes naar een ander klooster van de zusters Franciscanessen van Veghel, St. Gertrudis in Nieuwkuijk bij Vlijmen. In die periode overlijdt mevrouw Hirschfeld in Berlijn aan kanker. Omstreeks die tijd wordt Fritz en zijn dochter Aenne de Duitse nationaliteit ontnomen.

Klooster van Nieuwkuijk
In Nieuwkuijk musiceert Fritz, hij vertaalt historische documenten en hij heeft veelvuldig sociaal contact met de familie Teulings in Den Bosch. In augustus 1942 krijgen vier inwoners van het klooster in Nieuwkuijk opdracht zich te melden in het doorgangskamp Westerbork in Drenthe. Fritz verblijft hier tot 10 april 1943, de datum waarop hij een laatste ontroerende brief schrijft aan de familie Teulings. Hij meldt dat hij op transport gezet zal worden naar het modelconcentratiekamp Theresienstadt. In al die tijd blijft zijn Berlijnse vriendin hem met voedsel- en kledingzendingen ondersteunen.
Anderhalf jaar later, op 9 oktober 1944, Fritz Hirschfeld is waarschijnlijk zo verzwakt dat hij geen werk meer kan verrichten. Hij wordt dan naar het vernietigingskamp Auschwitz gestuurd. Twee dagen later wordt zijn moord gedocumenteerd.

Foto: Gerard van Steijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.