![]() Rijksmonumenten in Voorhout.
Protestantse Kerk met baarhuisje (Kleine Kerkje) Molen De Hoop Doet Leven
Boerderij de Hoogkamer Beschrijving:
Ruïne van Teylingen In 1598 stond het huis er nog steeds "geheel verwoest en genouchsaem geruïneerd" bij en Jan van Duivenvoorde krijgt de opdracht de grachten en boomgaarden weer te herstellen. Met het herstel van het kasteel wordt begonnen in 1605. Het hele burchtterrein wordt flink onder handen genomen. Ook werd er een groot nieuw woonhuis met fraaie trapgevel toegevoegd op de voorburcht. Dit gebouw is inmiddels weer verdwenen. De woontoren van de hoofdburcht werd alleen nog gebruikt als gevangenis voor illegale jagers die opgepakt waren door de houtvester. Helaas trof een flinke brand de hoofdburcht in 1676. De ruïne die er nu nog is, is hier een overblijfsel van. Na de opheffing van de houtvesterij in 1795 wilde het rijk ook Teylingen van de hand doen. Het perceel werd in delen verkocht. Gelukkig was er een voorwaarde bij de verkoop van Teylingen. De hoofdburcht mocht niet afgebroken worden. Hierdoor werd Teylingen een van de eerste monumenten in onze geschiedenis. In 1899 werd de inmiddels zwaar verwaarloosde burcht aan het rijk over-gedragen. Pas sinds 1933 wordt verder verval door constructieve maatregelen voorkomen. De burcht bestaat heden ten dagen uit de nog altijd indrukwekkende rondburcht (37 m doorsnee) op een kasteeleiland omgeven door een brede gracht. Aan de binnenzijde van de muur zijn grote spaarbogen te zien, waarop een weergang is aangebracht. Tegen de muur is ook het massieve woongebouw opgetrokken. Het is nu een lege romp, maar vroeger had het vier bouwlagen, waarvan de eerste was overwelfd. In het interieur zijn de balkgaten van de bovenste vloeren nog te zien. Ook op de verschillende niveaus in het muurwerk aangebrachte vensters en schouwen vallen op. De toegang tot het kasteel werd geflankeerd door twee vierkante torens, waarvan de sporen nog zichtbaar zijn. De voorburcht die voor het kasteel lag is echter geheel verdwenen evenals de 17e eeuwse vleugel Bollenschuur C. Colijn & Zonen Beschrijving: de BOLLENSCHUUR met twee flankerende WOONHUIZEN is gebouwd in 1902 in opdracht van de firma C. Colijn & Sons. De rijk gedecoreerde voorgevel vertoont stijlkenmerken van de Overgangsarchitectuur. Cornelis Colijn stichtte het bloembollenbedrijf in 1894 in een pand aan de overzijde van de Jacoba van Beierenweg. Met de verhuizing naar het nieuwe gebouw in 1902 was de oprichting van de Vennootschap 'firma C.Colijn & Zonen' een feit. Vanwege de export naar het buitenland kwamen op de voorgevel Engelse teksten: `Established 1894. C. Colijn & Sons. Bulbmerchants.' Oorspronkelijk was in het voorste gedeelte van de bollenschuur op de begane grond het kantoorgedeelte gevestigd. In 1924 werd de bollenschuur aan de achterzijde met zes venstertraveeen uitgebreid en werd in dit gedeelte een goederenlift geïnstalleerd. Tegen de zuidwestgevel kwam een eenlaags aanbouw met directiekamer en stookhok. Na de Tweede Wereldoorlog groeide het bedrijf uit tot het huidige complex, waarvan de na-oorlogse uitbreidingen voor de bescherming van ondergeschikt belang zijn. Het interieur van de woonhuizen is gemoderniseerd, dat van de bollenschuur verkeert grotendeels in originele staat met stellingen tot in de nok van de zolder. Bollenschuur P. van Reisen Beschrijving: de BOLLENSCHUUR werd in 1925 in opdracht van P. van Reisen gebouwd door aannemer Kiebert uit Sassenheim. De bollenschuur bestaat uit een schuurgedeelte met daaraan vastgebouwd een eenlaags aanbouw, waarin oorspronkelijk de opslagruimten en het kantoor waren ondergebracht. Het is de derde schuur van de vier, die het familiebedrijf langs de Loosterweg liet neerzetten. Van deze schuren resten nog een woonhuis met schuur uit 1885, die ten zuiden van de bollenschuur staan en aan de overzijde van de weg een schuur uit 1928. Deze beide schuren en het woonhuis maken momenteel geen onderdeel meer uit van het bedrijf en zijn ingrijpend gewijzigd. Na de oorlog (in 1958, 1968 en 1989) zijn aan de noordzijde van de bollenschuur bedrijfsruimten vastgebouwd, die voor de bescherming van rijkswege van ondergeschikt belang zijn. In de gevels van de schuur zijn zogenaamde droogdeuren aangebracht; dit zijn dubbele deuren waarmee de ventilatie in de schuur werd geregeld, zodat de bollen met behulp van natuurlijke warmte konden drogen. De droogdeuren in de zuid- en westgevel zijn in 1989 vervangen door hardhouten exemplaren uit een stuk, die echter nog de originele vormgeving hebben. In de aanbouw zijn enkele vensteropeningen gewijzigd. De schuur werd in 1925 onder andere uitgerust met een electrische installatie, een lift en 6000 vierkante meter aan stellingen. Van dit interieur is nog een groot aantal onderdelen aanwezig. De lift is later verplaatst en vervangen. De bollenschuur staat aan de oostkant van de Loosterweg, met de kopgevel naar de weg gericht. Aan de achterzijde van de schuur is een haven gegraven, die via een sloot te bereiken is en het mogelijk maakte om de bollen per boot vanaf de velden naar de schuur te brengen. Op beide kopgevels is de naam van het bedrijf aangebracht: P. van Reisen & Zonen. Boerderij Rijnoord Beschrijving: Zeventiende-eeuwse BOERDERIJ, vermoedelijk vernoemd naar de familie Dammes van Rijn die de boerderij ooit bewoonde. Het één bouwlaag hoge voorhuis is gebouwd op vierkante grondslag. Het volume wordt bekroond door een omgaand schilddak dat met riet is bekleed. Op de vier hoeken bevinden zich gemetselde schoorstenen. De nok is voorzien van nokpannen. De gevels zijn gemetseld in kruisverband. Ze bezitten een zwartgeteerde plint, waarboven het metselwerk tot halverwege de gevels wit is gesaust. De voorgevel bezit links twee vensters ten behoeve van de opkamer. Daaronder zijn een kelderlicht en een gemetselde steunbeer aanwezig. Rechts bezit de voorgevel twee schuifvensters. Centraal boven een gevel bevindt zich een Vlaamse gevel met een rieten steekkap. Hierin is een modern venster gevat. De gevel kent een aantal muurankers op onregelmatige afstand. De rechter zijgevel is van links naar rechts voorzien van een ingang met een moderne entreedeur met bovenlicht, en twee schuifvensters. Verder toont deze gevel muurankers op regelmatige afstand van elkaar. In het dakschild boven deze gevel zijn twee dakkapellen aanwezig. De linker zijgevel wordt deels aan het zicht onttrokken door de gang die aansluit op het later aangebouwde zomerhuis. Ter rechterzijde van de gang bestaat de gevel uit blind metselwerk. Alleen onderaan bevinden zich twee kleine kelderlichten. Ter linkerzijde van de gang bevindt zich in de gevel een venster met een historisch kozijn en vernieuwde ramen. Opgemerkt dient te worden dat deze situatie representatief is voor alle vensters in het voorhuis. Afgezien van de twee schuifvensters in de rechter zijgevel en de kelderlichten tonen dan ook alle vensters historische kozijnen met vernieuwde ramen. De achtergevel wordt geheel aan het zicht onttrokken door de schuur. Intern bestaat het casco uit de originele, houten scheidingswanden, die opkamer, kamer, keuken en voormalige spoelplaats van elkaar scheiden. De vertrekken zijn voorzien van de oorspronkelijke, enkelvoudige balklagen. De kapconstructie bestaat uit drie, evenwijdig aan de voorgevel geplaatste dekbalkgebinten die van gehakte telmerken zijn voorzien. Vanwege het verschil in hoogte van de borstwering onder de kap als gevolg van de opkamer zijn de stijlen links en rechts verschillend uitgevoerd. De stijlen aan de rechter kant zijn van eikenhout en hoger dan de grenenhouten stijlen links. Op de dekbalkgebinten staan grenenhouten, A-vormige spanten. De constructie draagt vierkante, grenen sporen. Noemenswaardige interieurelementen zijn in linker achterkamer onder meer een zeventiende-eeuwse, eikenhouten spiltrap met gepende treden en een gemetselde trap naar de kelder. De kelder bezit onder meer kruisgewelven op een gemetselde kolom en kaarsnissen. Op de vliering bevindt zich een vernieuwde Keulse goot die rechtsachter afwatert. Boerderij Rijnoord Karnhok KARNHOK met gevelsteen, waarop het jaartal 1851 en de letters I.V.P. staan afgebeeld. Het éénlaags gebouw is gebouwd op ronde grondslag en bezit een rond puntdak. De omgaande gevel is opgetrokken uit oranjerode bakstenen in kruisverband en toont een aantal dichtgezette spleetvensters en een deuropening. De kap bestaat uit nieuwe en hergebruikte onderdelen. Boerderij Noordhout Beschrijving: Langhuis met opkamer, kookhuis. Het karnhuisje is gesneuveld. Gerestaureerd in 2001. Ontvangt in 2003 de HKV-Restauratieprijs.
Boerderij Klein Bouwlust Beschrijving: boerderij topgevel, met terzijde opkamer, kookhuis. Boerderij De Bult Beschrijving: langhuis riet gedekt, topgevel, kookhuis terzijde, 18e eeuw. Boerderij Beukenrode geen rijksmonument
|
||
| Laatste update: 2-01-2012 Copyright © 2005 Historische Kring Voorhout. Concept EmMa Design, Brisbane |